d-artagnan d-artagnan

PERSKNIPSELS


 


 


DE PERS OVER HONDSTUK


Lees de recensie van Liv Laveyne in De Morgen

Lees de recensie van Wouter Hillaert in De Standaard

Lees de blog van Jan De Smet in Knack

Lees de recensie van Lieven Vandenhaute op Radio 1

 



SIEN EGGERS MET HONDSTUK OP TELEVISIE

Aan media-aandacht geen gebrek voor Hondstuk!
Bekijk via onderstaande linken de reportages die gemaakt zijn naar aanleiding van de première van Hondstuk
in Theater Malpertuis!

De Rode Loper van 18 februari 2010
http://www.een.be/programmas/de-rode-loper/acteren-een-hondenleven

Het VRT Journaal van 18 februari 2010
http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/mediatheek/nieuws/cultuurenmedia/1.719894

Sien Eggers in Phara
 http://www.cobra.be/cm/cobra/cobra-mediaplayer/podium/1.722804


 

 
HONDSTUK door EVELYNE COUSSENS
 
'Hondstuk' is een stuk met een echo: pas achteraf kruipt het als een huivering langs je ruggengraat omhoog. Dat is in de eerste plaats de verdienste van Peter Perceval, die een sterke tekst leverde met meer dan één weerhaak. Actrice Sien Eggers, die met haar stotterend-naïeve acteerstijl durft te schmieren, weet in de regie van Stefan Perceval toon te houden. Het resultaat is een sober, beklemmend drama.
‘Woensdag is zoetekensdag’ bleirt Piet Huysentruyt vanuit de prominent aanwezige tv. Vloer en achterwand van de scène zijn bedekt met een patchwork aan dierenvachten. Een stem in crescendo komt van onder die vachten: ‘Moet je een koekske hebben? Een boterhammeke soms? Neen, eerst een chipke.’ Sien Eggers kruipt in Hondstuk in de huid van een hond, en bekijkt het mensenbedrijf met grote droeve ogen en met meer inzicht dan gezond,voor een hond.
‘Wilde gij mijne vriend zijn?’ Wanneer de moeder (eveneens Eggers) een verstoten hond uit het asiel haalt, komt ‘Beest’ in het vaderloze gezin terecht. Hij aanvaardt zijn baas onbevooroordeeld en onvoorwaardelijk. In zijn overgave tracht hij zelfs de wereld van zijn vriend te begrijpen, hoe vreemd die hem soms ook toeschijnt. Vooral de menselijke omgang met taal frappeert het dier. Praten kunnen die mensen wel, maar toch kennen ze elkaar niet – terwijl honden aan één stront genoeg hebben om de ander te doorgronden. ‘De mens, ge kunt daar niet aan uit’ verzucht Beest, losweg Walschap citerend. Het is niet zijn enige literaire referentie, want het dier heeft intussen leren lezen én schrijven. Net zoals z’n baas, die ervan droomt om schrijver te worden, maar niet verder geraakt dan een wit blad met ‘liefde’ op. Voor de rest staart hij met lege ogen uit het raam. Zal hij gaan vliegen, zoals zijn vader? Met het begrip ‘liefde’ is trouwens iets vreemds aan de hand. Wanneer de moeder niet dronken voor de tv ligt, lijkt ze haar zoon soms té graag te zien. Zwelt zijn vriend daarom zo op, gevuld door te veel liefde? Komt het door de pillen die zij hem geeft? Of vult hij zichzelf met eindeloos veel voedsel om volume in te nemen, zijn bestaan te bevestigen? Om niet meer onzichtbaar te zijn?
De tekst ontrolt zich met de allure van een psychologische thriller, inclusief ontluisterend einde. De naïeve blik van de hond, die de draagwijdte van wat hij onthult niet beseft, vergroot de vervreemding nog. Mensen kunnen slechter zijn dan dieren. Wanneer de hond uiteindelijk een spuitje vraagt, geven we hem volmondig gelijk.

Evelyne Coussens