OVER ONS
Samen met een aantal medestudenten van het Gentse conservatorium richt Tieltenaar Herman Verschelden in 1967 Theater Malpertuis op in een leegstaand kelderpand. In het seizoen ’76-’77 maakt het gezelschap de overstap van semi-professioneel naar professioneel. Tot in het midden van de jaren ‘80 is het vooral regisseur Jo Gevers die zijn stempel drukt op de artistieke werking. In die periode valt Malpertuis herhaaldelijk op door zijn bijwijlen anarchistische voortrekkersrol in de zoektocht naar fris en vernieuwend theater. Zo introduceert het ondermeer het werk van Lars Noren in Vlaanderen door de programmatie van ‘De moed om te doden’. In 1986 maakt Torhoutenaar Dirk Tanghe via Malpertuis zijn entree in de theaterwereld met zijn gerenommeerde versie van Shakespeares’ ‘De Getemde Feeks’. De voorstelling wordt geselecteerd voor het Theaterfestival en Malpertuis staat mee aan de wieg van de zogenaamde Vlaamse Golf.
Vanaf 1993 staat Tanghe aan het roer van het gezelschap. Onder hem kent het reizen een opvallende schaalvergroting. Hij regisseert er voor de grote zaal klassieke titels als ‘Le bourgeois gentilhomme’ (Molière), ‘Het Poppenhuis’ (Ibsen) en ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’ (Albee). Deze laatste succesproductie komt samen met Warre Borgmans’ regiedebuut (‘Uit liefde voor Marie Salat’) op het Theaterfestival terecht. Voor zijn rol in ‘Who’s afraid ...’ wordt acteur Peter de Graef genomineerd voor de Louis d’Or-prijs. Sam Bogaerts legt zich vanaf 1996 voornamelijk toe op het uitbouwen van een vaste spelerskern. Met De Bloedgroep die zowel klassiek als modern repertoire speelt (Shakespeare, Goldoni, Tsjechow, Pinter, Bernhard, Muller...), maakt Bogaerts van Malpertuis een vol huis en een bruisend nest. In dezelfde periode verwerft Malpertuis in Tielt ook haar eigen huis: de leegstaande bioscoopzaal Movy wordt gekocht en omgebouwd tot een toneelhuis met theaterzaal, foyer, kleedkamers, secretariaat en repetitieruimte. Door zijn adequate technische uitrusting is de theaterzaal momenteel één van de sterke troeven van Malpertuis.
In 2002 neemt Bob De Moor zowel de artistieke als zakelijke leiding van het gezelschap over, daarbij geassisteerd door Danny Keuppens. Een aanzienlijk financieel tekort beperkt bij aanvang van deze periode de mogelijkheden. Toch worden met beperkte middelen mooie voorstellingen gemaakt: ‘Taal zonder mij’, ‘Iets over de liefde’, ‘City trip’, ‘Gloed’, ‘Barabbas’...De zoektocht spitst zich nu vooral toe op een toegankelijk verteltheater, met literaire kwaliteit. Daarnaast neemt Bob de Moor vanaf 2006 drie huisartiesten onder dak die jaarlijks één voorstelling zullen maken: Jurgen Delnaet, Johan Knuts en het trio Tonic. In die periode komt ook Piet Arfeuille twee keer langs. In 2003 regisseert hij van David Harrower ‘Dood de ouden, folter hun jongen’, met ondermeer Bob De Moor, Katelijne Verbeke en Pepijn Caudron. In 2006 bewerkt hij de debuutroman van Philippe Besson ‘Bij afwezigheid van mannen’ tot de toneelvoorstelling ‘Vincent. Arthur. Marcel.’ gespeeld door Tania Vandersanden, Koen Van Impe, Michaël Pas en andermaal Pepijn Caudron. In juni 2007 maken Bob De Moor en Danny Keuppens bekend dat het in hun bedoeling ligt de fakkel aan Piet Arfeuille door te geven, die vanaf het seizoen 09-10 zijn nieuwe taak waarneemt.
Vanaf 1993 staat Tanghe aan het roer van het gezelschap. Onder hem kent het reizen een opvallende schaalvergroting. Hij regisseert er voor de grote zaal klassieke titels als ‘Le bourgeois gentilhomme’ (Molière), ‘Het Poppenhuis’ (Ibsen) en ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’ (Albee). Deze laatste succesproductie komt samen met Warre Borgmans’ regiedebuut (‘Uit liefde voor Marie Salat’) op het Theaterfestival terecht. Voor zijn rol in ‘Who’s afraid ...’ wordt acteur Peter de Graef genomineerd voor de Louis d’Or-prijs. Sam Bogaerts legt zich vanaf 1996 voornamelijk toe op het uitbouwen van een vaste spelerskern. Met De Bloedgroep die zowel klassiek als modern repertoire speelt (Shakespeare, Goldoni, Tsjechow, Pinter, Bernhard, Muller...), maakt Bogaerts van Malpertuis een vol huis en een bruisend nest. In dezelfde periode verwerft Malpertuis in Tielt ook haar eigen huis: de leegstaande bioscoopzaal Movy wordt gekocht en omgebouwd tot een toneelhuis met theaterzaal, foyer, kleedkamers, secretariaat en repetitieruimte. Door zijn adequate technische uitrusting is de theaterzaal momenteel één van de sterke troeven van Malpertuis.
In 2002 neemt Bob De Moor zowel de artistieke als zakelijke leiding van het gezelschap over, daarbij geassisteerd door Danny Keuppens. Een aanzienlijk financieel tekort beperkt bij aanvang van deze periode de mogelijkheden. Toch worden met beperkte middelen mooie voorstellingen gemaakt: ‘Taal zonder mij’, ‘Iets over de liefde’, ‘City trip’, ‘Gloed’, ‘Barabbas’...De zoektocht spitst zich nu vooral toe op een toegankelijk verteltheater, met literaire kwaliteit. Daarnaast neemt Bob de Moor vanaf 2006 drie huisartiesten onder dak die jaarlijks één voorstelling zullen maken: Jurgen Delnaet, Johan Knuts en het trio Tonic. In die periode komt ook Piet Arfeuille twee keer langs. In 2003 regisseert hij van David Harrower ‘Dood de ouden, folter hun jongen’, met ondermeer Bob De Moor, Katelijne Verbeke en Pepijn Caudron. In 2006 bewerkt hij de debuutroman van Philippe Besson ‘Bij afwezigheid van mannen’ tot de toneelvoorstelling ‘Vincent. Arthur. Marcel.’ gespeeld door Tania Vandersanden, Koen Van Impe, Michaël Pas en andermaal Pepijn Caudron. In juni 2007 maken Bob De Moor en Danny Keuppens bekend dat het in hun bedoeling ligt de fakkel aan Piet Arfeuille door te geven, die vanaf het seizoen 09-10 zijn nieuwe taak waarneemt.
